Sofie: 'Ik wilde mijn moeder niet in de steek laten'
- Jonge mantelzorgers
- Chronisch zieken
.jpg)
Sofie vertelt in haar blog over haar leven als jonge mantelzorger.
Ik ben Sofie, 25 jaar. Ik werk bij Curio en woon sinds kort samen met mijn vriend. Dat is mooi, maar ook spannend. Ik woon niet meer in hetzelfde huis als mijn moeder en mijn broer Joost. Toch ben ik dichtbij gebleven: op vijf minuten rijden. Als er iets is, kan ik snel bij hen zijn.
Ik ben opgegroeid met mijn moeder, mijn zus Lotte en mijn broer Joost. Mijn ouders zijn al vroeg in mijn leven gescheiden. Mijn zus woont inmiddels niet meer thuis. Daardoor werd mijn rol groter.
Joost is 33 jaar en ernstig meervoudig complex gehandicapt. Hij heeft dag en nacht hulp nodig. Hij kan niet praten, krijgt voeding via een sonde en zit in een rolstoel. Mentaal is hij ongeveer 1 tot 1,5 jaar oud. Toch begin ik liever niet meteen over zijn handicap als ik hem voorstel. Joost is mijn allerbeste vriend en veel meer dan zijn handicap. Hij communiceert met zijn stralende ogen en zijn aanstekelijke lach. Hij is een échte charmeur en een gezelligheidsdier.
Mijn moeder heeft de grootste rol in de zorg. Zij verzorgt Joost en spreekt voor hem. Mijn vader is ook betrokken. Om de zondag neemt hij Joost een middag mee. Joost is echt een papa’s kindje. Mijn vader probeert mijn moeder te steunen bij keuzes rondom Joost. Als kind had ik niet door dat onze thuissituatie anders was. Voor mij was dit normaal. Later besefte ik dat mijn band met Joost anders is dan bij veel andere broers en zussen. Ik praat tegen hem alsof hij een peuter is, terwijl hij acht jaar ouder is.
Mijn rol als kind lag niet in de lichamelijke zorg. Toch hield ik altijd rekening met Joost. Mijn moeder deed haar best dat ik kind kon zijn. Ik kon afspreken met vriendinnen. Maar de zorg was er altijd. Er kwam elke dag thuiszorg. En als Joost ziek werd of in het ziekenhuis lag, stond alles stil.
Dan runden mijn zus en ik al jong het huishouden. We zorgden dat we naar school gingen en deden dingen in het huishouden. Daardoor ben ik zelfstandig geworden. Tegelijk maakte ik mij vaak zorgen. Als ik op school zat of in bed lag, dacht ik: als het maar goed gaat met Joost. Ik kan mijn beste vriend echt niet verliezen.
Op school vertelde ik niet veel over thuis, wel aan mijn vriendinnen. Ik wilde niet dat mensen mij anders behandelden. Mijn vrienden gingen gelukkig fijn met Joost om. Ze vonden hem altijd heel leuk en zelfs schattig. Toch was het soms zwaar. Ik maakte mij zorgen om Joost, maar ook om mijn moeder. Zij stond er veel alleen voor. Soms voelde het alsof ik een soort vaderrol moest overnemen, terwijl mijn moeder dat nooit zo bedoeld heeft.
Toen ik ging samenwonen, voelde dat dubbel. Ik was toe aan een eigen plek, maar ik voelde mij ook schuldig. Ik wilde mijn moeder en broer niet laten stikken. Daarom ben ik blij dat ik dichtbij woon. Nu ben ik vooral mentale steun voor mijn moeder. Als zij rust nodig heeft, neem ik Joost soms mee. Ook is er een fijn team van thuiszorg. Dat geeft mij rust.
Mijn vriend steunt mij goed. Soms vindt hij het lastig dat ik in de buurt wil blijven wonen, omdat hij liever verder weg zou gaan. Na veel praten begrijpt hij het. Het is fijn dat ik mijn zorgen bij hem kwijt kan.
Wat mensen vaak niet zien, is dat jonge mantelzorgers zich zorgen maken. Je kunt bijvoorbeeld op school naar buiten staren en denken: zou het thuis goed gaan? Terwijl een docent alleen ziet dat je niet oplet.
In de toekomst hoop ik dat mijn moeder rust krijgt, fysiek en mentaal. Voor mezelf hoop ik dat ik balans blijf vinden: er zijn voor Joost en mijn moeder, maar ook mijn eigen leven opbouwen. En Joost gun ik uiteraard een leven vol liefde en plezier, zoals nu!
Foto's: Paul Ranft
Heb je vragen naar aanleiding van deze blog? Of wil je zelf je verhaal delen? Vul dan het contactformulier hieronder in. We nemen daarna contact met je op.
Wil je meer informatie of heb je een vraag? Bel dan naar 076 750 32 00 of laat hieronder een bericht achter.