Miriam Bryson - Zien we jonge mantelzorgers wel écht?
- Jonge mantelzorgers

Wanneer we het over mantelzorg hebben, denken we meestal aan volwassenen. Dat is niet vreemd. Ook de cijfers laten zien dat mantelzorg vooral voorkomt onder volwassenen tussen de 45 en 64 jaar. Zelfs in artikelen met wetenschappelijke verwijzingen lees ik met regelmaat de misvatting terug dat mantelzorg voornamelijk door volwassenen gedaan wordt. Zo staat in het recent uitgebrachte rapport van het CPB Op zoek naar verbinding: perspectieven op het combineren van betaald werk en mantelzorg uit 2026 de volgende verwijzing; Onder jongeren zijn relatief weinig mantelzorgers, zo schrijven De Roos en De Boer (2023), omdat hun ouders gemiddeld nog relatief gezond zijn.
Maar juist die conclusie behoeft nuancering. Niet omdat ze onvolledig is in mijn optiek, maar omdat ze laat zien hoe sterk onze blik op mantelzorg wordt bepaald door zichtbare zorgtaken.
Want wat gebeurt er met kinderen die opgroeien met een ouder die psychische problemen heeft? Of met een broer of zus die intensieve zorg nodig heeft? Zij delen dagelijks een leven waarin ziekte voortdurend aanwezig is. Toch worden zij lang niet altijd als jonge mantelzorger gezien, simpelweg omdat zij geen of weinig praktische zorgtaken uitvoeren. En daar zit precies de blinde vlek!
We lijken mantelzorg vooral te meten in handelingen. Wie helpt met wassen, aankleden, medicatie of huishoudelijke taken, is mantelzorger. Wie vooral leeft met de voortdurende spanning, onzekerheid en emotionele belasting van ziekte, verdwijnt gemakkelijker uit beeld. Terwijl juist die impact op een kind enorm kan zijn.
Kinderen zijn vaak meesters in aanpassen. Ze voelen haarfijn aan welke gedragingen gewaardeerd worden door hun opvoeders. Met het risico dat kinderen hun eigen behoeften uitstellen door problemen zelf op te lossen, minder aandacht te vragen en vooral geen extra zorgen te veroorzaken voor hun naasten. Niet omdat iemand dat van hen vraagt, maar omdat loyaliteit en liefde hen daartoe brengen. Van buiten lijken het zelfstandige, veerkrachtige kinderen. Maar van binnen dragen ze soms veel meer dan volwassenen beseffen.
De laatste jaren krijgt het begrip ‘glazen kind’ steeds meer aandacht. Het beschrijft gezonde broers en zussen van een kind met een chronische aandoening of beperking, die zich soms onzichtbaar voelen omdat alle aandacht uitgaat naar het kind met de grootste zorgvraag. Hoewel het geen officiële diagnose is, herkennen veel (voormalig) jonge mantelzorgers zich in dat beeld.
Niet ieder kind wordt een jonge mantelzorger in de traditionele betekenis van het woord. Maar een kwart van de kinderen <25 jaar ontwikkelen zich wél in een gezin waar ziekte invloed heeft op het dagelijks leven. Dat vraagt om voortdurende aanpassing van die kinderen. Dat zie je niet terug in het aantal uren zorg dat een kind verleent, maar het vormt wel degelijk zijn of haar jeugd.
Misschien moeten we als ouders, beleidsmakers, hulpverleners, zorgprofessionals en leerkrachten onszelf daarom deze cruciale vraag stellen.
'Welke invloed heeft deze zorgsituatie op het leven van dit kind?'
Pas wanneer we die vraag durven stellen, worden ook de kinderen gezien die nu nog tussen de definities, onderzoeken en statistieken verdwijnen.
Want kinderen hoeven geen zorg te verlenen om de gevolgen van ziekte iedere dag met zich mee te dragen. En juist daarom verdienen zij onze zorg en aandacht.
Wil je meer informatie of heb je een vraag? Bel dan naar 076 750 32 00 of laat hieronder een bericht achter.